Waarom Pinda?

De pinda heeft een lange geschiedenis in de Zaanstreek.

In de 17e eeuw staan 147 oliemolens in de Zaanstreek. Op dit moment staan er 4 op de Zaanse Schans. Eén daarvan is de Ooijevaar (bij de Duyvis fabriek). Blik op de Zaan vertelt het verhaal over de pinda vanaf oliemolen tot borrelnootje.

 

pinda: Arachis hypogaea

ketting van de Inca's - Moche tijd 2500BC

John Harvey Kellog

1903 Carver in zijn pinda laboratorium

pinda veld

pinda oogst

De plant

De pinda plant wordt ook wel aardnoot, grondnoot, olienoot of apennoot genoemd en is een eenjarige plant.

Wat de pinda zo bijzonder maakt is dat de pinda vanuit botanisch oogpunt geen noot is en dat de pinda’s dus niet zoals bij andere noten aan bomen groeien. De pinda plant is namelijk een boon en behoort tot de peulvruchtdragenden zoals sperziebonen en erwten.

De bloemen bevinden zich bovengronds, waaruit na bevruchting zich een peul met meestal twee zaden ontwikkelt. De vrucht ondergaat een bijzondere ontwikkeling: de stengel of loot waaraan de peul zal groeien ontwikkelt zich uit de bloem en boort zich in de grond. Dit deel van de stengel wordt een gynofoor of stamperdrager genoemd. Onder de grond vormt en rijpt de vrucht met daarin de zaden (pinda’s) en gaat vervolgens, onder natuurlijke omstandigheden, over tot ontkieming.

 

Geschiedenis

De officiële herkomst van de pinda’s is eigenlijk onbekend, maar men gelooft dat de pinda al voor de jaartelling bekend was en afkomstig is uit Zuid-Amerika, Brazilië of Peru.
De Spanjaarden en Portugezen lijken na hun kolonisatie van Zuid-Amerika  (16e eeuw) verantwoordelijk te zijn voor de introductie van de pinda (en de aardappel). Niet alleen in Zuid Amerika maar ook over de tropische en subtropische gebieden over de gehele wereld.

Voor de Pindaplant is Nederland in principe te koud en te nat, maar in Spanje worden vandaag de dag nog steeds pinda’s gekweekt.

(Wist je dat er vanaf juni 2021 in NL de eerste potjes pindakaas gemaakt zijn met pinda's van Nederlandse bodem?!)

De in Afrika geïntroduceerde pinda reisde met de tot slaaf gemaakten personen mee naar Amerika, waar ze door het geheel zuidelijke deel van Amerika werden geteeld en gegeten.

Er lijkt bewijs te zijn dat de Inca’s de eerste mensen waren die pinda’s vermaalde tot pindapasta (pindakaas).

In de VS werd de pinda vooral populair tijdens de Burgeroorlog van 1860. Zowel het Zuidelijke als het Noordelijke leger gebruikten pinda’s als soldatenkost. De pinda heeft een grote voedingswaarde en bevat lekker veel calorieën.

 

In 1895 ontwikkelt Dokter John Harvey Kellog (de Kellogs Cornflakes oprichter) de pindakaas voor mensen zonder tanden die moeilijk konden kauwen.  Pindakaas werd officieel pas 9 jaar later geïntroduceerd op de wereld expo van 1904 in St Louis, Missouri.

 

 

 

George Washington Carver wordt algemeen gezien als de vader van de moderne pinda. Hij begon zijn onderzoek naar pinda’s in 1903 in Alabama. Hij zag al snel de economische potentie van de pinda.

De katoen producties kregen steeds meer last van allerlei ziekten en tekorten aan voeding, terwijl de pindaplant juist voeding vastlegt en toevoegt aan de grond. Carver stelde voor de pindaplant in de gewas rotatie (dat je op een bepaald stuk land elk jaar een ander gewas teelt om de bodem vruchtbaar te houden) op te nemen.

Door onderzoek ontwikkelde Carver meer dan 300 toepassingen voor de pinda zoals: scheercrème, koffie, inkt, schoenpoets, massageolie, etc.

 

De teelt

De pinda groeit het beste op een wat droge losse zandgronden met een lage zuurgraad, dit omdat de vruchten erg vatbaar zijn voor vochtschimmels en zuren. De pinda’s worden meestal rond april of mei gepland.
De manier waarop pinda’s groeien is heel bijzonder. Wanneer de plant bloeit komen er meerdere kleine gele bloemen, welke nadat ze zijn bestoven door insecten verwelken en een loot vormen die tot in de grond groeit waar de peulen zich ondergronds vormen. De bestuiving moet plaatsvinden binnen 12 uur na de bloei, daarna verwelkt de bloem of ze bestoven is of niet. Van zaai tot oogst duurt de teelt zo’n 4 a 5 maanden.

Op veel plaatsen in de wereld worden pinda’s verbouwd, maar 4 pinda soorten worden wereldwijd het meest geproduceerd nl:

de Runner wordt veelal gebruikt voor pindakaas

de Spanish voor snoepgoed en pinda olie

de Valencia is de zoetste 

de Virginia wordt voornamelijk geroosterd met en zonder de beschermde grijsbruine buitenhuid.

Elk soort is uniek in maat, vorm en smaak.

 

Onder de lokale omstandigheden worden meestal in september en oktober de pindaplanten geoogst, waarna ze met de pinda’s omhoog gelegd worden om te drogen. Uitgegraven pinda’s bevatten 25% tot 50% vocht en moeten indrogen tot 10% of minder voordat ze opgeslagen kunnen worden.

De grootste producenten van pinda’s zijn China, Israël, de Verenigde Staten, Egypte, Argentinië en Zuid-Afrika.

Israël en Egypte produceren voornamelijk voor export van de rauwe noten in dop. China exporteert ook rauwe noten in dop hoewel het grootste deel van de oogst in gepelde vorm wordt geëxporteerd of gebruikt voor de productie van arachideolie (=pindaolie)